Houtstook zorgt voor fijnstof
Bij de verbranding van hout in een houtkachel, open haard of vuurkorf, komt houtrook vrij. In deze rook zitten verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de gezondheid. In welke mate houtrook effect heeft op de gezondheid, hangt af van de samenstelling van de rook, de duur en intensiteit van de blootstelling en de persoonlijke gezondheidssituatie.
Houtrook is voor iedereen ongezond. Het inademen van houtrook kan leiden tot kortademigheid in rust en extra medicijngebruik.
Bij de meeste verbrandingsprocessen komen schadelijke stoffen vrij, vooral als er geen volledige verbranding plaats vindt. Dat gebeurt bij houtstook vooral bij open haarden, vuurkorven en slecht gestookte houtkachels. Er komt dan fijnstof, koolmonoxide, verschillende vluchtige organische stoffen, PAKs en roet vrij. Door het verbranden van hout komt er in Nederland dus ook fijnstof in de lucht. Voor nieuwe houtkachels gelden sinds 2022 strengere eisen in Europa. Maar ook die kachels stoten nog steeds fijnstof uit.
Voor de luchtkwaliteit is niet stoken het best(externe link). Als je toch hout stookt, raadpleeg de Stookwijzer. Stook niet als de stookwijzer code rood geeft. In sommige gemeenten, zoals Amersfoort mag je binnenshuis zelfs geen hout stoken bij code rood of oranje(externe link) van de Stookwijzer.Â
De Nederlandse overheid wil de kwaliteit van de lucht verbeteren. Als uitgangspunt gelden de Europese grenswaarden (ook wel normen) voor fijnstof. Voor PM10 is de grenswaarde 40 µg/m³ per jaar. Ook mag de hoeveelheid PM10 niet hoger zijn dan 50 µg/m³ per dag en mag die hoge waarde niet meer dan 35 keer per jaar voorkomen. Voor PM2,5 is de grenswaarde 25 µg/m³ per jaar. Voor ultrafijn stof is nog geen grenswaarde vastgesteld. Per 2030 gelden er nieuwe Europese grenswaarden.
In 2021 stelde de WHO nieuwe advieswaarden(externe link) op. Het effect van fijnstof voor de gezondheid van mensen staat hierbij centraal. Uit onderzoek blijkt namelijk dat ook weinig fijnstof in de lucht al ongezond is. De WHO verlaagde de advieswaarden daarom naar 15 µg/m³ voor PM10 en 5 µg/m³ voor PM2,5. De hoeveelheid fijnstof voldoet nu nog niet overal aan de oude WHO-advieswaarden. Om aan de nieuwe WHO-waarden te voldoen zijn maatregelen nodig.
Het Schone Lucht Akkoord(externe link) richt zich op gezondheidswinst door aanpak van de luchtverontreiniging door fijnstof én stikstofdioxide.
| Stof | EU(Europese unie)-grenswaarde (nu) | EU-grenswaarde (2030) | WHO-advieswaarde (2005) | WHO-advieswaarde (2021) |
|---|---|---|---|---|
| Fijnstof (PM10) | 40 µg/m3 | 20 µg/m3 | 20 µg/m3 | 15 µg/m3 |
| Fijnstof (PM2,5) | 25 µg/m3 | 10 µg/m3 | 10 µg/m3 | 5 µg/m3 |
​​Europese grenswaarden en WHO-advieswaarden (2005 en 2021)
Bron: IPLO (externe link)en World Health Organization(externe link), 2021
Afbeelding Luchtkwaliteit in Nederland
Ultrafijnstof
Fijnstof bevat ook extreem kleine deeltjes. Ultrafijn stof (of ultrafijnstof) zijn alle deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer (PM0,1). Deze zeer kleine deeltjes hebben waarschijnlijk meer effect op je gezondheid dan de grotere PM10 en PM2,5. Dit komt doordat ze nog dieper in de longen kunnen doordringen. En via je bloed ook naar andere delen van je lichaam kunnen gaan.
Deze video over ultrafijn stof(externe link) legt uit wat het is en waar het vandaan komt.
De Gezondheidsraad(externe link) stelde in 2021 daarom voor om maatregelen te nemen om de hoeveelheid ultrafijn stof in de lucht nog verder te verminderen.
Het RIVM onderzocht het effect van ultrafijnstof op de gezondheid(externe link) van omwonenden van Schiphol. Blootstelling aan ultrafijn stof van vliegtuigen rond Schiphol heeft mogelijk nadelige effecten op het hart- en vaatstelstel en op de ontwikkeling van het ongeboren kind. Er zijn geen aanwijzingen dat langdurige blootstelling aan ultrafijn stof de oorzaak is van aandoeningen aan de luchtwegen. Wel kunnen bestaande aandoeningen door korte blootstelling tijdelijk verergeren.
Er zijn nog geen normen voor ultrafijnstof. Ook is er geen beleid om de concentratie ultrafijnstof of de blootstelling eraan te verminderen.
Wel meet het RIVM sinds 2023 op vaste meetpunten ultrafijnstof(externe link) in de lucht. Behalve metingen zijn er ook modelberekeningen nodig om te bepalen hoeveel ultrafijnstof er is op de plaatsen waar niet gemeten wordt.

